Nieuws

Trouwplannen? Of juist een testament? Let op de gemeenschap van goederen!

Na veel discussie wordt eindelijk het Nederlandse huwelijksvermogensrecht aangepast. Nu is het nog zo dat als je niets regelt bij je huwelijk alles dat van jou is ook van je partner wordt, en vice versa. Maar met ingang van 1 januari 2018 wordt dat anders: pas vanaf jullie huwelijk – of geregistreerd partnerschap – begint de gemeenschap van goederen. En alles wat via erfenis of schenking in je vermogen terechtkomt blijft ook van jou, tenzij er expliciet bepaald wordt dat de erfenis of schenking in de gemeenschap van goederen terecht komt.

Het nieuwe stelsel is dus niet alleen van belang voor mensen die gaan trouwen, maar ook voor mensen die vanaf 1 januari 2018 een testament gaan opstellen. Of mensen die juist willen dat hun testament die nieuwe regels gaat volgen. In alle gevallen kan het geen kwaad eens te kijken wat er ook alweer geregeld is, en wat je graag geregeld wil hebben.

Boete in je huurcontract? Er zijn grenzen

Huur je bedrijfsruimte? Dan is de kans groot dat je huurcontract een ROZ-model is, met daarbij van toepassing ook de standaard algemene bepalingen van de ROZ. Veel mensen zetten daar gewoon een handtekening onder, zonder alle pagina’s door te ploegen wat er nu precies staat.

Tussen die algemene bepalingen staat echter een boetebepaling voor het te laat betalen van de huur: je betaalt 2% per maand, met een minimum van € 300,-. De omschrijving blinkt niet uit in duidelijkheid. Je kan het zo lezen dat je voor elke maand dat je te laat bent met de betaling elke maand een boete van € 300,- moet betalen. Dan loopt het hard op.

Te hard, vindt de kantonrechter in deze zaak. De redelijkheid en billijkheid verzetten zich tegen die uitleg: geen redelijk handelende contractspartij kan bedoeld hebben die verplichting op zich te nemen of de andere partij mee te belasten. Wurgcontracten mogen niet.

Toestemmingsformulier voor reizen met een kind

Wanneer je met een kind reist zonder dat je daar alleen het gezag over hebt, moet je aan kunnen tonen dat je toestemming hebt om met dat kind te reizen. Daarvoor moet een standaardformulier ingevuld worden, dat door de (andere) gezaghebber getekend moet worden. Het formulier kan hier gedownload worden.

Gokken dat er niet op gecontroleerd wordt is onverstandig: zonder de vereiste toestemming loop je het risico dat het kind het land niet uit mag. Tijdig regelen, dus.

Ontslagverzoek disfunctioneren? Dossier, dossier, dossier!

Met het invoeren van de WWZ is het ontslaan van een werknemer er niet eenvoudiger op geworden. Elke aangedragen ontslaggrond op zich moet goed onderbouwd worden – je argumenten bij elkaar rapen en hopen dat de rechter concludeert dat er inderdaad geen grond voor samenwerking is, dat kan niet meer. En een andere reden dan de werkelijke opgeven, dat was voor de invoering van de WWZ al reden voor afwijzen. En toch wordt het nog geprobeerd.

In deze zaak heeft de werkgever eerst via het UWV geprobeerd om van zijn werkneemster af te komen, onder het mom van reorganisatie. Dat is niet gelukt. Vervolgens wordt het via de rechtbank geprobeerd, maar nu via een andere ontslaggrond: disfunctioneren. Maar dat disfunctioneren: daar is geen letter van vastgelegd. Laat staan dat de gelegenheid is geboden het functioneren te verbeteren.

De rechter kan op zitting al aangeven dat er tussen partijen waarschijnlijk geen vruchtbare samenwerking meer gaat ontstaan. Maar net die reden is niet als vangnet opgevoerd in het verzoek – en de rechter kan die ook niet uit zichzelf beslissen dan maar op die grond een eind te maken aan de arbeidsovereenkomst.

Voor werkgevers weer een duidelijke waarschuwing: denk goed na over de te kiezen ontslagstrategie. En als de grondslag disfunctioneren is: doorloop alle stappen, en leg ze allemaal vast in het dossier. Je gaat het nog nodig hebben.

Hoe je gelijk kan krijgen en toch verliest

Choose your battles – een mooi advies, zeker als het om principekwesties gaat. Als een geschil niet over veel geld gaat, is het zelden de kosten waard om over te procederen. Bijvoorbeeld in deze zaak die VGZ aanspande tegen een voormalige verzekerde. Omdat ziekenhuizen niet altijd even vlot zijn met hun facturen kwam er een rekening voor de klant binnen ruim nadat die al naar een andere verzekering was overgestapt. Omdat het eigen risico nog niet op was moest die klant het bedrag zelf betalen. Geen punt: het bedrag, 137 euro, werd automatisch geïncasseerd.

De klant in kwestie storneerde de afschrijving: hij had immers alles al betaald, en VGZ claimde betaling van medisch handelen over de periode nadat hij al was overgestapt naar een andere verzekeraar.

Ook bij dagvaarding werd niet helder waar nu precies voor betaald moest worden: de gemachtigde van VGZ kwam niet eens met de verzonden brieven, maar alleen met modellen. Pas na het eerste antwoord van de klant kwam de gemachtigde met de enig juiste verklaring: het ging wel degelijk om een behandeling uit de periode dat de klant nog bij VGZ verzekerd was. In antwoord daarop ontkende de klant ook niet dat die behandeling had plaatsgevonden.

Omdat VGZ zo lang onduidelijkheid had laten bestaan over de onderbouwing van de vordering hoefde de klant geen incassokosten te betalen. Maar de proceskosten kwamen wel voor zijn rekening: 278 euro. Naast de hoofdsom van 137 euro. De proceskosten komen dus ruim hoger uit dan de originele vordering. Daarbij vraag ik me wel af wat de rechter had gedaan als er meteen na het overleggen van de goede rekening betaald was. Want een procedure starten zonder duidelijk maken waar het nou eigenlijk over gaat… dat voelt niet rechtvaardig.

Vaderschap door tijdverloop

Termijnen zijn er om serieus genomen te worden. Als je op je vingers na kan tellen dat het kind dat tijdens jouw huwelijk geboren is niet jouw kind kan zijn, moet je er op tijd bij zijn om dat ook juridisch kenbaar te maken. Anders blijft het kind juridisch (en erfrechtelijk!) jouw kind, ook al kun je biologisch bewijzen dat jij niet de vader bent.

Daar kwam een vader in deze procedure achter – maar hij had ook twintig jaar gewacht met het starten van de procedure. Als je daar zo lang mee wacht verzet het belang van het kind zich ertegen dat je dan nog een keer met de juridische status gaat rommelen.

Ook wanneer je als moeder voor je kind de juridische werkelijkheid in overeenstemming wil brengen met de biologische werkelijkheid, heb je te maken met termijnen. Wacht niet te lang!

12-jarige beslist zelf over medische behandeling

Kanker is al een rotziekte, maar helemaal slecht te accepteren als het over je eigen kind gaat. En als je dan als gescheiden ouders van een kind met kanker het niet eens bent over de behandeling, dan is de situatie helemaal ingewikkeld.

De jongen van 12 in deze zaak had eerder al aangegeven dat hij niet de volledige behandeling wilde ondergaan, omdat hij de bijwerkingen te zwaar vond. Daarvan oordeelde een psycholoog eerder dat hij niet in staat was zijn eigen belangen op waarde te schatten. Omdat vader en moeder niet beide achter de beslissing stonden om de behandeling voort te zetten is er een ondertoezichtstelling uitgesproken, zodat die zeker voortgezet zou worden.

Door die ots heeft de minderjarige zelf aan kunnen geven bij de rechter dat hij echt de behandeling wilde stoppen. De rechter heeft opnieuw laten beoordelen of hij nu wel in staat is zijn belangen in te schatten, en nu is het oordeel dat de behandeling mag stoppen.

Er spelen zoveel dingen mee: de ziekte zelf, de jonge leeftijd van de patiënt, de afweging de kwaliteit van leven tegenover de risico’s die je loopt, de wens van een ouder dat alles wordt gedaan om je kind te redden, de spagaat van de behandelaar die ziet dat de patiënt de voorgestelde behandeling afwijst en er toch toe gedwongen wordt, en het zelfbeschikkingsrecht van het kind zelf – moeilijke afweging.

Maar goed om te merken dat je als kind in medische zaken niet overgeleverd bent aan wat anderen voor je beslissen. Je moet alleen wel heel goed kunnen beargumenteren waarom je wil wat je wil, misschien net wat eerder dan de leeftijdgenoten om je heen.

 

 

Minderjarige krijgt beschikking op maat

Een minderjarige kan vanaf 12 jaar zelf aan de rechter vragen om een wijziging in de hoofdverblijfplaats. Daarbij is de drempel laaggehouden: de minderjarige mag zelf een brief schrijven, waarna de rechter de vraag in behandeling neemt.

In dit geval heeft de rechter de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd om advies te geven. De Raad heeft geadviseerd niet met de wens van het kind in te stemmen. Het bijzondere is dat de rechter het taalgebruik van de beschikking heeft aangepast aan het informele karakter van het verzoek – het is immers het antwoord op de brief van het kind.

Je kan links en rechts best nog wat aanmerken op de gekozen formulering, maar het initiatief is goed, en werpt de vraag op of je in alle zaken die minderjarigen betreffen niet meer dit taalgebruik moet hanteren. Zo’n beschikking, of het verzoek nou via informele weg is gedaan of formeel via ouders en advocaten, heeft grote impact op het leven van minderjarigen, en zij hebben er recht op dat de beschikking ook voor hen begrijpelijk is.

Het risico van bedrijfsrecherche bij ontslagrecht

Soms heb je als werkgever het gevoel dat het verhaal van de werknemer gewoon niet deugt. Dat iemand buiten werktijd veel meer kan dan binnen werktijd, en dat het loon dat je netjes doorbetaalt gebruikt wordt om een plezierig privé-leven te bekostigen.

Het kan dan, ondanks de kosten, heel aanlokkelijk zijn om eigen onderzoek te doen naar de besteding van die vrije tijd. Toch kan dat, behalve die kosten, ook op een andere manier duur uitpakken. In de uitspraak van de rechter in Utrecht van 29 maart werd het de werkgever verweten dat hij met zijn verdenkingen niet eerst naar de werknemer zelf was gegaan, maar hem meteen had laten schaduwen. Daarmee was het de schuld van de werkgever dat er geen basis meer was om verder te gaan, en werd de werknemer een billijke vergoeding van € 5.000,- toegekend.

Als werkgever moet je je goed bewust zijn van je eigen verantwoordelijkheid voor een goede arbeidsrelatie en mag je niet teveel op je onderbuikgevoel afgaan,

Algehele gemeenschap van goederen niet meer standaard

Op 28 maart 2017 heeft de Eerste Kamer met de bijna kleinst mogelijke meerderheid de algehele gemeenschap van goederen als standaard voor alle huwelijken afgeschaft. Als een koppel voor het huwelijk niet iets anders regelt in de huwelijkse voorwaarden, dan ontstaat er wel een gemeenschap van goederen, maar die gaat pas in vanaf het huwelijk. Wat de toekomstige echtelieden voorafgaand aan het huwelijk hadden, valt dus buiten de gemeenschap, net als giften en erfenissen die ze tijdens het huwelijk krijgen.

De keuze voor dit nieuwe systeem beschermt vooral die mensen die niet zo goed op het netvlies hebben wat het betekent om ook verantwoordelijk te zijn voor elkaars schulden. Het is gemakkelijk om voor het huwelijk schulden voor de ander te verbergen. Klassiek is ook het geval uit de jurisprudentie waarbij de man en de vrouw voorafgaand aan het huwelijk ongeveer evenveel vermogen hadden en er daarom gezamenlijk voor kozen om dan maar geen huwelijkse voorwaarden te maken, en de vrouw daarna, maar nog voor het huwelijk, haar vermogen aan haar moeder gaf. De man had het nakijken.

Het is nog steeds verstandig om, voordat je in het huwelijksbootje stapt, met zijn tweeën goed te kijken wat voor financiële afspraken je wil maken, en als dat nodig is die afspraken ook vast te leggen bij de notaris, al was het maar omdat de wet niet heel goed uitgewerkt is en er nog veel jurisprudentie moet volgen voordat duidelijk is hoe het allemaal precies uitwerkt.

Afspraken kun je sowieso het beste maken als je nog van elkaar houdt.