Lakse gezinsvoogd: alleen maar verliezers

Hoe verdrietig het mis kan gaan tussen jeugdhulpverlening en ouders blijkt uit deze uitspraak van de rechtbank in Rotterdam.

Al in 2011 is de jeugdhulp ervan overtuigd dat een meisje beter af is in haar pleeggezin, en niet teruggeplaatst kan worden bij haar moeder. Pas in 2015, als verzocht is om de ouders het gezag dan maar af te nemen, krijgt de GI, op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, de opdracht om onderzoek te verrichten naar de hechtingsrelaties en de mogelijkheden van terugplaatsing bij de moeder.

Het voor dat onderzoek ingeschakelde bureau heeft over beide vragen geen uitspraak kunnen doen, deels omdat moeder en stiefvader niet meer hebben willen werken aan de voorgestelde gezinsopname en moeder geen handtekening zet voor diagnostisch onderzoek. Dat is ook niet zo gek, want moeder is het vertrouwen in de hulpverlening kwijt: ze heeft intussen al tien gezinsvoogden voorbij zien komen en is er klaar mee. De broer en zussen van het meisje kunnen wel bij haar wonen, waarom deze dochter dan niet?

De dochter in kwestie heeft behoefte aan duidelijkheid. Dat is niet gek als je bedenkt dat ze al vijf jaar in onduidelijkheid leeft. Ook niet gek is dat ze intussen last heeft van een loyaliteitsconflict.

De rechter hakt, in het belang van dit kind, de knoop door. Het perspectief van dit meisje lijkt in het pleeggezin te liggen, en werken aan een thuisplaatsing lijkt eigenlijk niet meer denkbaar. De ots en uithuisplaatsing wordt voor maar drie maanden verlengd – zoveel tijd krijgt de jeugdzorg om de zaak rond te breien.

Of het doorhakken van die knoop bij meewerking van moeder en stiefvader wel tot een thuisplaatsing had geleid, waag ik te betwijfelen. Maar niet meewerken, ook al is het vertrouwen in de jeugdzorg nog zo geschonden, heeft in elk geval niet geholpen.

Alleen maar verliezers in deze zaak.

Geplaatst in Geen categorie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *